Marathonschaatsen saai?

BIJNA TWEE KEER SCHOUTEN OP DE HOOGSTE TREDEN

Een verslag van het NK Marathon door Gerry Grave

Marathonschaatsen saai? Een leek zegt al gauw dat het geen klap aan is: Een beetje rondjes rijden op een baan van een paar honderd meter. Ze weten niet eens hoelang die baan is, maar dat is tot daar aan toe. Vierhonderd meter welgeteld en dan meer dan honderd rondjes. Knettergek zijn ze, volgens al die leken. Eigenlijk verloochenen ze hun afkomst niet: Een leek is niet voor niets een leek en dus was daar ook geen van te zien op de Groninger ijsbaan Kardinge. Ze zouden het toch maar te saai vinden. Doodzonde, want hebben zij even iets moois gemist.

Het zou ook allemaal veel te lang duren: Van twaalf tot zes naar rondjes rijden kijken. En dan gebeurt er ook nog haast niets. Het zijn woorden die vaak worden gehoord. Mensen willen af en toe wel kijken, maar zeker niet zolang. Naast de bekende leken zijn er ook echte schaatsfans die alleen de ‘echten’ willen zien. Dat werd dus niet om twaalf uur naar Kardinge, maar rond half vijf als de Heidemannen, de Hekmannen, de Bergas en al die andere grote mannen rijden.

Kijken ze dan niet naar de vrouwen? Ja, wel degelijk, maar ze kennen alleen Foske Tamar van der Wal en Mariska Huisman. Zij reden dan ook gemakkelijk naar het podium. Zo gaat dat tijdens een nationaal kampioenschap marathonschaatsen. Huisman won al vaker een nationaal kampioenschap en heeft een goede sprint in de benen. Derhalve een vrouw om rekening mee te houden. Dat wisten haar collega-schaatsters vooraf wel. Ze hielden haar dus goed in de gaten, maar ook Foske Tamar van der Wal. De twee bekendste dus, maar zo zijn er nog wel meer. Janneke Ensing won ook wel eens iets en wat te denken van Irene Schouten. Zij die ook allroundtoernooien rijdt net als Ensing vroeger. Een keuze maken is soms lastig, maar zo af en toe kiest men er bewust voor om beide takken van het schaatsen uit te voeren. En zo soms werpt het zijn vruchten ook wel af. De meeste vrouwen kunnen ook wel een potje allroundschaatsen. Mariska Huisman is er een van, maar is toch beter in de grote groep en voelt zich daar ook het meest prettig.

De vrouwenkoers was allerminst saai. Er gebeurde van alles. Ze hadden het vast afgekeken van de masters en de neo-senioren die eerder op de dag afrekenden met al die vooroordelen. Ze straften het al door te laten zien dat het zien van deze kampioenschappen echt heel leuk waren om naar te kijken. Aanvallen over en weer, rondje voorsprong pakken en sur place de koers beslissen. Dat was bij de ‘neo’s’ zo. Bij de masters was het een drietal dat een ronde voorsprong pakte op het peloton: Winnaar Arjan Elferink, die het hele jaar al goed rijdt, Arnold Gaasenbeek en bronzen medaillewinnaar Kurt van de Nes.

De neo-senioren maakte er wel heel wat moois van: Het tweetal Remco Schouten en Derk Abel Beckeringh bleken de sterkste schaatsers. Ze moesten het in de laatste ronden uitmaken wie er zou winnen. Dat deed Schouten. De broer van Irene Schouten rekende sur place af met Beckeringh en won dus de eerste neo-seniorentitel.

Zusje Irene zou het dus ook maar moeten doen. Maar zo gemakkelijk was dat niet. In een heel levendige koers werd ze wél tweede. Misschien wordt het toch wat saai door te stellen dat ook deze koers het aanzien meer dan waard was, maar het was wel de realiteit. Iedereen wilde winnen van die twee bekenden: Huisman en Van der Wal. Dat lukte niet, want Huisman was veruit de beste in de sprint. Schouten kwam dichtbij. Ze baalde enorm dat het niet lukte, maar de ergernis was bij nummer vijf, Janneke Ensing, nóg groter. Ze maakte een misslag en miste daardoor de kans om het podium te halen. Huisman was de winnares van de dag. Schouten’s tweede plaats is een prima klassering. Ze hield Foske Tamar van der Wal net achter zich. En dat is een prima prestatie.

Bij de mannen, voor velen ‘het echie’ was het ook een topkoers om te zien. De heren maakten er een geweldige wedstrijd van. Tot op het laatst bleef het spannend. Het werd eerst weliswaar afsprinten om de derde plek. Hekman moest die plek dus gaan halen en deed dat dus ook. Het publiek wist het wel. De grote, sterke Gramsberger moest het nog wel even doen, maar had nauwelijks moeite om het brons te pakken. Ondankbaar of niet, dan had Hekman maar moeten meespringen met het duo Jorrit Bergsma en Marcel van Ham. Misschien wel de verrassing van de dag die Van Ham. Zeker als hij had gewonnen. Die kans was er, want samen met de Olympisch kampioen tien kilometer Bergsma, moest hij het ook sur place gaan regelen. Van Ham durfde niet of was heel slim. Wilde heel slim zijn althans, want hij liet Bergsma voorop rijden. En maar kijken naar die dekselse Van Ham. Nooit van gehoord is iets te veel van het goede, maar dat Bergsma niet op hem had gerekend was niet ondenkbeeldig. Veel respect voor Van Ham die echt goed reed. Nu rekende men niet op hem, volgend jaar des te meer. Dan wil hij zelf de titel. Dat kan niet anders. Nu moest hij hem laten aan de Fries die vorige week nog twee afstanden won op het NK Allround. Geen schande, zijn tijd komt nog wel. Al zal Bergsma daar volgend jaar ook weer voor willen passen.

En zo kwam er een eind aan een prachtdag schaatsen in Kardinge. Al die leken hadden maar beter kunnen komen. Ze zouden het levende bewijs zijn geweest van het feit dat marathonschaatsen verre van saai is. Wat heet: Er gebeurde van alles en ze hadden vast gezegd dat ze nog wel een keer zouden komen. Heeft Kardinge en de organisatie dát maar weer mooi bereikt.